HVO Opleidingen

Brandwonden

Iedere dag gebeurt het. Vele honderden verbrandingen, uit, thuis en onderweg. Jaarlijks oplopend tot ruim 2,5 miljoen!
Bij tienduizenden van die ongevallen lopen mensen min of meer ernstige verbrandingen op. Vaker dan we denken (in ruim 80 % van de gevallen) gebeurt dat thuis door een 'ongelukje'.
Gelukkig lopen veel van deze 'ongelukjes' goed af, maar toch moeten per jaar bijna 40.000 mensen met verbrandingen door de huisarts behandeld worden.
Zo'n 13.000 slachtoffers hebben bovendien poliklinische hulp nodig, en ongeveer 1.550 mensen moeten zelfs worden opgenomen in een ziekenhuis. Ruim 400 van deze slachtoffers komen terecht in een gespecialiseerd brandwondencentrum.
Zulke aantallen zijn toch redenen genoeg om de risico's van een verbranding heel serieus te nemen.

  • DE HUID IS MEER DAN ZOMAAR EEN VEL
    Elke verbranding beschadigt de huid. Wat veel mensen niet weten is dat de huid een orgaan is, qua oppervlakte het grootste dat de mens bezit, met o.a. de volgende, belangrijke functies:
  • de huid houdt het vocht in ons lichaam vast.
  • zonder de huid zouden we uitdrogen
  • de huid vormt een barrière tegen schadelijke stoffen en beschermt ons tegen stof, vuil en ziekteverwerkers;
  • de huid helpt ons bij het regelen van de lichaamstemperatuur;
  • de huid zorgt voor de afvoer van afvalstoffen.

DE BELANGRIJKSTE OORZAKEN VAN EEN VERBRANDING
De meeste brandwonden ontstaan door hete vloeistoffen, vuur en steekvlammen.
Daarnaast komen ook chemische en elektriciteitsverbrandingen voor. En wie kent niet de door de zon verbrande, pijnlijke, rode huid?

  • Hoe ernstig een verbranding is hangt af van de diepte en grootte.
  • De diepte van de brandwond is afhankelijk van:
    de duur van de warmte-inwerking;
  • de temperatuur van de vloeistof, het voorwerp of de vlam
  • de aard van de vloeistof, het voorwerp of de vlam (zo geeft heet water in het algemeen een diepere verbranding dan hete olie. De aanraking van heet metaal brengt meer schade toe dan contact met een hete kunststof).

Het vaststellen van de diepte en de grootte van de verbranding is van groot belang voor een doeltreffende behandeling. Goed vaststellen is een zaak van vakmensen. Raadpleeg bij de geringste twijfel zo spoedig mogelijk een arts.

EERSTE-, TWEEDE- EN DERDEGRAADS BRANDWONDEN.

Bij een eerstegraads verbranding is de huid nog wel intact, maar rood en pijnlijk. Een zonverbranding is in het algemeen dan ook een eerstegraads verbranding.
Bij een tweedegraads brandwond ontstaan blaren en is de huid rood en pijnlijk.
Een derdegraads brandwond wordt gekenmerkt door een (ernstige) aangetaste huid die niet alleen bruin of geel, maar soms ook wit of zwart kan zijn. En al is een derdegraads brandwond altijd (zeer) ernstig, toch voelt het slachtoffer nauwelijks pijn.
Dit komt doordat zelfs de zenuwuiteinden in de huid verbrand zijn.

DE GROOTE VAN DE BRANDWOND
De grootte van de brandwond wordt uitgedrukt in een percentage van het totale lichaamsoppervlak.
Als bijvoorbeeld 10 % of meer van het lichaam verbrand is, spreken we van een 'uitgebreide verbranding'. De oppervlakte van de handpalm bedraagt ongeveer 1 % van het totale lichaamsoppervlak. Neem (in gedachten) het handoppervlak van het slachtoffer. Het aantal keren dat die handpalm op de brandwond past, geeft aan hoeveel procent van het lichaam verbrand is.

DAT ZAL MIJ NIET OVERKOMEN
Brandwonden zijn vaak het gevolg van onveilig gedrag en onveilige situaties/producten.
Brandwonden ontstaan meestal 'per ongeluk'. En vaak (te vaak!) hebben we het aan onszelf te verwijten. We zijn onvoorzichtig, denken niet na bij wat we doen, weten gewoon niet wat de gevolgen van ons gedrag zijn en denken bovendien nogal snel 'dat zal mij niet overkomen'. Brandwonden blijken dan ook vaak te ontstaan op drukke momenten (bijvoorbeeld rond etenstijd), wanneer er bezoek is of wanneer je moe of geïrriteerd bent. Aan onveilige situaties kun je iets doen. Je onveilige gedrag veranderen blijkt veel moeilijker!

 

Als iemand een brandwond oploopt, moet zo snel mogelijk begonnen worden met koelen.

Is er sprake van een verbranding door vuur, doof dit dan eerst om erger te voorkomen.

DE EERSTE HULP IN 9 STAPPEN:

  • Begin direct met het koelen van de wond;
  • Liefst met lauw, zacht stromend water (koelen met b.v. slootwater kan ook, zeker als er geen andere koelmogelijkheden zijn. Het is altijd beter dan niets doen!);
  • Koel tenminste 5 minuten. Langer is beter, maar pas dan wel op voor onderkoeling;
  • Verwijder tijdens het koelen de kleding, tenzij deze aan de huid gekleefd zit;
  • Smeer niets op de huid;
  • Bedek de wond met steriel verband, schone doeken of lakens;
  • Neem altijd contact op met een arts als:
    er blaren zijn,
    de huid er aangetast uitziet,
    de brandwond veroorzaakt is door een chemisch product of elektriciteit;
  • Geef het slachtoffer nooit iets te eten of te drinken;
  • Vervoer het slachtoffer altijd zittend.

GROTE GEVOLGEN
Brandwonden zijn niet alleen pijnlijk, ze kunnen ook levensbedreigend zijn en blijvende verminking tot gevolg hebben.
Brandwonden genezen doordat het lichaam nieuwe huid vormt. Die nieuwe huid ziet er anders uit. De 'oude', soepele huid is vervangen door stugger littekenweefsel. En helaas kunnen met plastische chirurgie deze littekens niet ongedaan gemaakt worden. Bij ernstige verbrandingen kunnen bovendien complicaties optreden, met name aan longen en nieren. Hierdoor kunnen slachtoffers wekenlang in levensgevaar verkeren!

Ook als de brandwonden zelf reeds genezen zijn, ondervindt het slachtoffer vaak nog lange tijd hinder van het ongeval. Hij of zij heeft het immers bewust meegemaakt, en herinnert het zich maar al te goed.
Daarom betekent een verbranding vaak ook een zware geestelijke belasting voor het slachtoffer.
Zelfs na lange tijd!

EEN MOEILIJKE TIJD MET ONBEGRIP
Veel slachtoffers maken hun ongeval vaker dan een keer mee: ze dromen er bijvoorbeeld nog regelmatig over. Ook de langdurige en pijnlijke behandeling bezorgt het slachtoffer - en zijn of haar naaste omgeving - een moeilijke tijd. Een herinnering die niet in een keer verwerkt wordt, maar nog vele male terugkeert.

Daarnaast vraagt het slachtoffer zich af:

  • Hoe zal de omgeving op mijn veranderde uiterlijk reageren?
  • Hoe zien mijn ouders, partner, kinderen, vrienden, kennissen en klasgenoten mij?

Bovendien ontmoeten slachtoffers op school, op het werk, bij sport en recreatie niet zelden mensen die hun situatie niet goed kunnen begrijpen, onnadenkend reageren en al te makkelijk allerlei 'goedbedoelde' opmerkingen maken.